Maatwerkvoorzieningen (WMO)

Portefeuillehouder:

D.J. Russchen

Wat moet de gemeente (wettelijk) doen?

De gemeente moet de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uitvoeren. Bij het onderdeel Maatwerkvoorzieningen gaat het erom dat de gemeente zorgt dat inwoners met een beperking in staat zijn om:

  • gebruik te maken van een woning
  • zich te verplaatsen in en rondom de woning

Dit kan de gemeente doen door bijvoorbeeld in de woning een traplift te plaatsen. Of door een rolstoel of een scootmobiel te verstrekken. Dit heet een maatwerkvoorziening. Deze maatwerkvoorziening kan in natura verstrekt worden. Dan koopt de gemeente de voorziening en de inwoner krijgt deze te leen. Ook kan de gemeente zorgen dat de woning wordt aangepast.

De inwoner kan ook een persoonsgebonden budget (PGB) krijgen. Hierbij ontvangt de inwoner geld waarmee hij zelf een voorziening koopt of kan zorgen dat de woning aangepast wordt.

Doet de gemeente meer dan wettelijk verplicht is?

Nee.

Wat doen we voor dit taakveld? En wie doet het?

De gemeente heeft een gebiedsteam genaamd Stib. Binnen Stib werken onder andere medewerkers Wmo. Deze medewerkers gaan bij een vraag in gesprek met diegene die de vraag heeft.

De medewerker bespreekt met de inwoner wat een passende oplossing is. Bij dit gesprek onderzoekt de medewerker wat de inwoner nog zelf kan en waarbij wellicht de omgeving ook nog kan helpen. Als er een maatwerkvoorziening nodig is, dan regelt Stib dit.

Waar geven we het geld aan uit?

De gemeente krijgt geld van de rijksoverheid om de Wmo uit te voeren. De gemeente mag geen maatwerkvoorziening weigeren als het gekregen budget op is. Dan moet de gemeente zelf zorgen voor geld.

Voor bijna alle maatwerkvoorzieningen moet de inwoner een eigen bijdrage betalen. De hoogte hangt af van het inkomen en vermogen. De eigen bijdrage geldt niet voor de rolstoel. De hoogte van de eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het CAK geeft vervolgens het ontvangen bedrag weer terug aan de gemeente.