Passiva en activa op de balans

Portefeuillehouder:

S.T. Klein-De Jong

Wat is het?

Het overzicht van activa en passiva op de balans, geeft een inzicht in het bezit en vermogen van de gemeenten.

Bij de activa gaat het om wat de gemeente bezit of waar de gemeente financieel recht op heeft. Voorbeelden van activa zijn: debiteuren (waarvan Buren nog geld krijgt), banksaldi, gebouwen. De passivazijde op de balans bevat de vermogensopbouw die hierbij hoort. Voorbeelden van passiva: eigen vermogen (reserves), vreemd vermogen (crediteuren, voorzieningen en leningen).

Waar is het voor?

Een balans is de basis voor iedere financiële huishouding. Het geeft inzicht in hoe de bezittingen zich verhouden tot schulden en verplichtingen en hoe de eigendommen van de gemeente zijn gefinancierd. Daarnaast geeft het een indicatie in hoeverre de gemeente in staat is om eenmalige tegenvallers op te vangen.

Dit is nodig want?

Onze begrotingsvoorschriften (het BBV) schrijft voor dat deze geldwaarden verplicht en op een voorgeschreven manier worden gespecificeerd in de zogenaamde balans. De balansregels komen grotendeels overeen met de regels uit het bedrijfsleven.

Hoe werkt het?

De passiva worden gevormd door het zogenaamde eigen vermogen én het vreemd (geleend) vermogen. Het geeft inzicht in hoe de gemeente haar aankopen, investeringen en bezittingen heeft betaald. Bijvoorbeeld met eigen geld of door leningen. Volgens het BBV moeten alle passiva op de balans in de jaarrekening inzichtelijk gemaakt worden. Het gaat dan om:

  1. Vaste passiva, waaronder:
    • eigen vermogen van de gemeente (reserves);
    • voorzieningen (geld dat opzij gezet is; vreemd vermogen in de vorm van een verplichting)
    • schulden met een looptijd van meer dan 1 jaar;
  2. Vlottende passiva, waaronder:
    • schulden met een looptijd van minder dan 1 jaar;
    • Naar het volgende jaar overlopende zaken  bijvoorbeeld nog te betalen rekeningen of projecten

De activa zijn de bezittingen van de gemeente. Het gaat om alle zaken die in geld zijn of kunnen worden uitgedrukt, zoals tegoeden, panden, investeringen, etc.. Volgens het BBV moeten alle activa op de balans in de jaarrekening inzichtelijk gemaakt worden. Er zijn daarbij twee categorieën:

  1. Vaste activa
    Voor lange(re) tijd vastgelegde investeringen
  2. Vlottende activa
    Bezittingen die  op korte termijn te gelde gemaakt kunnen worden zoals voorraden, etc.

Deze categorieën worden verder onderverdeeld. Zo moet in de toelichting op de balans opgenomen worden:

  1. gronden en terreinen
  2. woonruimten
  3. bedrijfsgebouwen
  4. grond-, weg- en waterbouwkundige werken
  5. machines, apparaten en installaties