Structurele exploitatieruimte

Portefeuillehouder:

S.T. Klein-De Jong

Wat is het?

Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel (echt) in evenwicht is. Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven.

Voorbeelden van vaste inkomsten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Een voorbeeld van een incidentele uitgave is bijvoorbeeld de implementatiekosten voor de Omgevingswet.

Waar is het voor?

Een begroting waarvan de vaste inkomsten en de vaste uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog  zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Bijvoorbeeld doordat er in het ene jaar inkomsten uit een verkoop zijn en er het jaar daarna niet. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. De structurele exploitatieruimte laat zien in hoeverre we structureel middelen beschikbaar hebben voor (noodzakelijk) beleidsinitiatieven.

Dit is nodig want?

De begroting moet structureel in evenwicht zijn en de provincie toetst daarop. Het is tevens verplicht dit kengetal in begroting en rekening op te nemen. Samen met de andere vier financiële kengetallen geven ze een beeld van de financiële situatie van de gemeente.

Hoe werkt het?

Om het structurele exploitatieoverschot te kunnen berekenen, is allereerst overzicht in de geraamde incidentele baten en lasten per programma noodzakelijk. Daarbij moeten per programma tenminste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen. Daarbij spelen ook de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves een rol. Want de structurele ruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.

Als een formule:

A Totale structurele lasten
B Totale structurele baten
C Totale structurele toevoegingen aan de reserves
D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
E Totale baten

De structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/(E) x 100%