Volkshuisvestingsbeleid
Het volkshuisvestingsbeleid in Nederland is continu in beweging. Wat op het eerste gezicht simpel lijkt (het bouwen van woningen) is in de praktijk een complexe opgave. Er spelen veel ontwikkelingen en afspraken op lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk niveau, die samen bepalen wat er mogelijk is. Op deze pagina geven we meer inzicht in het volkshuisvestingsbeleid en de ontwikkelingen die daarbij een rol spelen. Daarbij kijken we niet alleen naar de gemeente Buren, maar ook naar de regionale, provinciale en landelijke ontwikkelingen.
De woonopgave (in de gemeente Buren)
De behoefte aan woningen is groot, zowel in Nederland als in de gemeente Buren. Om goed aan te kunnen sluiten op deze behoefte liet de gemeente Buren onderzoek uitvoeren. Op basis daarvan stelden we het Woningprogramma 2020 – 2030 vast. In dit programma zetten we in op de bouw van betaalbare koop- en huurwoningen. We richten ons daarbij vooral op starters en senioren. Daarnaast bleek uit het onderzoek dat er behoefte bestond aan bijzondere woonvormen, waarvoor binnen de gemeente nog weinig mogelijkheden waren. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om woongroepen of andere woonvormen waarbij het sociale aspect en het delen van voorzieningen centraal staan.
De woningen die we bouwen willen we bovendien goed verspreiden over de gemeente en de verschillende kernen. Binnen ons woonbeleid werken we met deelgebiedenDe verdeling van de woningen over de kernen in die deelgebieden is daarbij flexibel. Natuurlijk kijken we daarbij of er wel in elke kern woningen gebouwd worden. Op deze manier voorkomen we dat ons beleid te strak wordt, waardoor er ruimte blijft om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen. Het doel is om in alle kernen woningen toe te voegen.
Afspraken met de regio, de provincie en het Rijk (Woondeal)
Na de vaststelling van het Woningprogramma stemden we onze bouwambities af met de Regio Rivierenland en de provincie en het Rijk. Dat was een verplichting die we kregen vanuit het Rijk, met als doel voldoende woningen te realiseren. Daarbij stelde het Rijk ook eisen aan de verhouding tussen betaalbare koopwoningen, sociale huurwoningen en overige woningen. Deze afspraken legden we vast in de Woondeal. De eerste Woondeal liep van 2025 t/m 2030. Inmiddels is deze aangevuld met afspraken die tot 2035 lopen.
Op dit moment gaan we uit van de opgave zoals die in de aanvulling op de Woondeal is opgenomen. Dat houdt in dat we 1800 woningen willen opleveren in de periode 2025 t/m 2034. Omdat er altijd plannen uitlopen of niet doorgaan, maken we plannen voor 130% van die 1800 woningen, dus totaal 2340 woningen.
Die plannen verdelen we over de verschillende deelgebieden in de gemeente. Dat leidt tot het volgende overzicht per deelgebied:
| Verdeling over de deelgebieden | Totaal 2025 t/m 2034 |
| Maurik (Maurik, Eck en Wiel en Rijswijk) | 376 |
| Lienden (Lienden, Ingen, Ommeren, Lingemeer) | 730 |
| Beusichem (Beusichem, Zoelmond, Ravenswaaij) | 501 |
| Buren (Buren, Erichem, Asch, Kerk-Avezaath, Zoelen) | 630 |
| Buitengebied | 103 |
| Totaal | 2340 |
Verdeling sociale huur, betaalbare koop en duur
Onderdeel van de afspraken in de Woondeal is de verdeling van sociale huurwoningen, betaalbare koopwoningen en dure woningen over de gemeenten in de regio. Gemeenten waarvan minder dan 30% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen bestaat, zijn verplicht om in hun Woningprogramma minimaal 30% sociale huur op te nemen. Daarnaast geldt de afspraak dat 36% van de nieuw te bouwen woningen uit betaalbare koop bestaat.
Deze percentages gaan over alle woningen die we binnen de gemeente opleveren. In de praktijk maken we soms uitzonderingen, waarbij in een plan relatief meer duurdere woningen worden toegestaan. Om over de hele woningbouwopgave toch aan de afspraken te voldoen, moeten andere plannen juist een hoger aandeel sociale huur en betaalbare koop bevatten.
Het college stelde daarom vast dat we bij de uitvoering van onze woonopgave uitgaan van een verdeling van 40% sociale huur, 40% betaalbare koop en 20% overige woningen. Dat is een ambitieuze opgave voor nieuwe woningbouwplannen. Om te voorkomen dat nog hogere percentages sociale huur en betaalbare koop nodig zijn, gaan we terughoudend om met het toestaan van losse duurdere woningen.
Uitzonderingen
Bij de uitvoering van ons woonbeleid benoemden we ook een aantal uitzonderingen op de regel. Dat doen we om ontwikkelingen mogelijk te maken die we belangrijk vinden. Het gaat dan om:
- splitsing van monumenten om het onderhoud te kunnen waarborgen;
- bedrijfswoningen voor bedrijven die een woning nodig hebben voor de bedrijfsvoering;
- woningen die gebouwd worden in ruil voor het opruimen van bedrijven in het buitengebied (vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB’s));
- hergebruik en sloop van leegkomende planden zonder woonbestemming in de kernen (tot 4 woningen);
- splitsing van grote woningen in het buitengebied (voor eigen gebruik).
Daarnaast kijken we per ontwikkeling of we af moeten wijken van ons programma. Dat kan bijvoorbeeld als:
- Het plan te klein is om alle woningtypen te bouwen.
- Er sprake is van een bijzondere woonvorm waarbij de verdeling van de woningtypes ten koste zou gaan van die bijzondere woonvorm.
- Overige belangen die we zwaarder wegen dan het woningprogramma.
Natuurlijk kijken we ook in die gevallen wat het effect is op ons Woningprogramma en de lopende woningbouwplannen.
Toewijzing aan eigen inwoners
De gemeenteraad van Buren vindt het belangrijk dat inwoners van de gemeente en mensen die sociaal gebonden zijn aan de gemeente voldoende kansen krijgen om een woning in de gemeente Buren te kopen. Daarom besprekenwe met ontwikkelaars die in de gemeente woningen bouwen i op welke manierwe dit kunnen realiseren. We houden ook in de gaten hoe de verkoop en toewijzing van woningen verloopt.
Als het niet lukt om goede afspraken te maken, kan de gemeente ervoor kiezen om een huisvestingsverordening vast te stellen. We moeten dan wel voldoen aan de wettelijke regels die daarvoor gelden. We kunnen dan regelen dat de helft van de nieuwe betaalbare woningen wordt toegewezen aan inwoners van of sociaal gebonden aan de gemeente Buren.
Omdat we deze regeling alleen voor een beperkt deel van de nieuwbouw kunnen toepassen en de uitvoering extra kosten met zich meebrengt, geven we de voorkeur aan goede afspraken met ontwikkelaars. We verwachten dat we op die manier beter kunnen zorgen dat starters, maar ook senioren, een passende woning in de gemeente kunnen vinden.
